Zolang je met mensen te maken hebt, kun je niet zeggen dat systemen waterdicht zijn. Of het nu gaat om instanties, overheden of banken – uiteindelijk is het de mens die het verschil maakt. In positieve, maar helaas ook in negatieve zin.
Ook ik heb dat als advocaat van dichtbij meegemaakt. Zelfs bij iets ogenschijnlijk betrouwbaars als een bank.
Hij had een paar spaarcenten. Geen fortuin, maar genoeg om wat rente op te bouwen. En in Turkije liggen de rentetarieven nou eenmaal wat aantrekkelijker dan in Nederland. Maar ja, je loopt natuurlijk niet zomaar een willekeurige bank binnen om je geld te stallen. Je vraagt rond, tast af, kijkt naar wie er werkt. Het zijn vaak geen financiële analyses die doorslag geven, maar de klik met een bankmedewerkster. Zo ging het ook bij hen.
Hij en zijn vrouw hadden een goede band met een medewerkster. Ze was vriendelijk, kundig, ze nam de tijd. Later stapte zij over naar een andere bank – en zij gingen met haar mee, mét hun spaargeld. Hij had zelfs zijn zus en een paar vrienden overtuigd om ook daar een rekening te openen, met haar als portefeuillehouder. De rente was goed. De service ook. Elke vakantie werden ze hartelijk ontvangen, het bankboekje werd netjes bijgewerkt, de cijfers klopten. Alles leek keurig.
Tot hij terug in Nederland merkte dat zijn internetbankieren niet meer werkte. Kleine frustratie, dacht hij nog. Maar er zat meer achter.
Zijn argwaan was eigenlijk een paar keer eerder gewekt, maar hij had nooit iets concreets kunnen aanwijzen. Het was de medewerkster zelf, die zo opvallend veel dure juwelen droeg. Hoe kon ze zich zulke luxueuze sieraden veroorloven met het eenvoudige salaris van een bankmedewerker? Bij een gesprek met haar had hij het terloops genoemd, en ik had hem gerustgesteld: "Veel mensen hebben rijke ouders, investeren in goud en juwelen – dat is doodnormaal." Ik vond zijn argwaan zelfs een beetje ongeplaatst, een overreactie. Totdat de waarheid naar boven kwam.
Hij was op dat moment al cliënt bij mij vanwege een ander dossier: een misgelopen woningdeal die ik voor hem probeerde recht te trekken. En af en toe, tussen de juridische gesprekken door, legde hij ook zijn twijfels over de bank bij mij neer. Eerst voorzichtig, dan steeds iets stelliger. Hij had het gevoel dat er iets niet klopte.
Ik had eerlijk gezegd niet direct argwaan. Ja, de rentepercentages waren aan de hoge kant, maar de banken hadden in die tijd redelijk vrij spel. Er was niets wat juridisch direct op fraude wees.
Totdat hij, op eigen houtje, naar de bank ging. Zonder afspraak. Zonder zijn bekende contactpersoon.
En toen kwam de klap.
Zijn spaarcenten stonden niet op zijn rekening.
Gewoon… verdwenen.
Hij raakte in paniek. Belde zijn zus, zijn vrienden. En de bal begon te rollen. Want het bleek: hij was niet de enige.
De dame in kwestie had jarenlang geld van haar cliënten, buiten medeweten van de bank, uitgeleend aan haar familie – een aannemersbedrijf. Ze had het lang handig verborgen kunnen houden. Boekjes klopten, rente werd uitbetaald – een papieren werkelijkheid. Tot hij ineens vragen begon te stellen.
Ik kreeg daardoor een hele rits nieuwe cliënten, allemaal met eenzelfde verhaal. Uiteindelijk hebben we met de bank schikkingen bereikt. De bank wilde niet te veel publiciteit, en voor veel mensen was het belangrijkste om hun geld – of een deel ervan – terug te krijgen.
Voor haar liep het minder goed af. Strafrechtelijke vervolging, medeplichtigen die erbij werden gehaald. De hele constructie viel als een kaartenhuis in elkaar.
Het blijft vreemd, hoe één persoon een heel systeem kan ondermijnen.
De rente was mooi, ja. Maar de prijs van vertrouwen was hoger.
Niet door een fout, maar door hebzucht.